Wat zijn mythes?

Mythe betekende oorspronkelijk in het Grieks 'gesproken woord' of 'verhaal'.

  • In de tijd van Homerus kreeg het woord mythe de betekenis die als hoofdbetekenis
    moet worden gezien: heilig, overgeleverd verhaal van een volk over zijn herkomst
    en godsdienst
    .
  • Het woord mythe wordt in het dagelijks spraakgebruik vaak ten onrechte verstaan
    als ​fictie, iets dat nooit gebeurd is, een verzonnen verhaal. 

 

Een mythe in historisch-religieuze zin is een verhaal over daden van goden, halfgoden
of goddelijke voorouders.
Dergelijke mythen zijn gesitueerd in een tijd voor de opkomst van het schrift en
beschrijven hoe de wereld geschapen en/of geordend werd, ten onder ging en hoe de cultuur
ontstond of aan zijn einde kwam. Het zijn ook soms verhalen met een ethisch oogmerk.
De mythe geeft in de tijd van ontstaan zin aan de cultuur en verzorgt gemeenschapsbinding.

Men onderscheidt de volgende soorten mythen:

  • De kosmogonische mythe: over de schepping of totstandkoming van mens en wereld
    en over de oorsprong van de goden.
    Een voorbeeld hiervan is de mythe die Plato in de Timaeus vertelt over het ontstaan
    van de kosmos en de mens.

 

  • De etiologische of verklarende mythe: over het ontstaan van culturele verschijnselen
    (bijvoorbeeld de cultus of de sociale gebruiken) en natuurverschijnselen.
    Zo verklaren veel verhalen bijvoorbeeld de herkomst van een bepaalde rots of berg.

 

  • De eschatologische mythe: over de ondergang van de wereld.
    Voorbeelden hiervan zijn de joodse, christelijke en islamitische opvattingen over het einde
    van de geschiedenis, de opstanding van de doden en het Laatste Oordeel.