Waarom is deze website nuttig?
Deze site is bedoeld voor leerkrachten geschiedenis en Nederlands. De leerlingen kunnen op een leuke en actieve manier de leerstof verwerken. Ze leren wat een mythe juist is en maken kennis met enkele bekende verhalen uit de Griekse mythologie.
De website is zo opgebouwd dat de leerlingen per mythe een verhaal lezen, waarbij ze vervolgens oefeningen kunnen maken. Daarnaast is er ook telkens een videofragment bijgevoegd waardoor het gemakkelijk is voor de leerlingen om zich het verhaal te kunnen visualiseren.
Didactische principes
-
Het aanschouwelijkheidsprincipe: Bij het aanschouwelijkprincipe is de prikkeling van de zintuigen erg belangrijk. Het gebruik van aanschouwelijk materiaal vergt soms meer tijd, maar zeker te overwegen. De concrete waarnemingen, zoals de audiovisuele die aangereikt worden op deze website, versterken het leerproces van de leerlingen. Ook is er geprobeerd om zoveel mogelijk afbeeldingen te gebruiken, omdat enkel het aanleren van nieuwe begrippen erg eentonig kan zijn. De leerlingen worden niet aangesproken, zeker niet in de eerste jaren van het secundair onderwijs.
-
Het activiteitsprincipe: Wanneer leerlingen op een actieve manier met de leerstof aan de slag kunnen gaan, zullen ze deze gemakkelijker verwerken. De les wordt snel eentonig als er alleen maar geluisterd kan worden. Als de leerlingen actief bezig zijn, ze kijken naar een filmfragment, maken oefeningen of zijn klassikaal bezig met het smartboard, wordt de denkactiviteit gestimuleerd. Een onderwijsleergesprek bijvoorbeeld kan de indruk wekken dat de klas heel actief meedoet, maar zijn wel alle leerlingen mee?
-
Het motivatieprincipe: We leven in een maatschappij waarin het gebruik van een computer niet meer weg te denken is. De leerlingen staan op en gaan bij wijze van spreken slapen met hun laptop. Als ze op hun laptop kunnen werken voor school, gaan ze het sneller leren doordat ze gemotiveerd worden. Leerlingen gaan snel weg zijn met de opzet van de website omdat het eens iets anders is dan een onderwijsleergesprek.
-
Het differentiatieprincipe: Homogene klassen bestaan niet. Elk kind heeft zijn eigenheid, zijn interesse, zijn eigen leertempo, een bepaalde intellectuele basis, enz. Differentiëren is daarbij het enige mogelijke antwoord. Op deze site kan elke leerling op zijn eigen tempo aan de slag. Ze kunnen zelf kiezen wat ze leuk vinden en wat niet. De leerlingen kunnen de oefeningen over de verschillende mythes maken op hun eigen tempo en volgens hun eigen volgorde. ze kunnen eerst diegen maken die hen het meeste aanspreken en dit zelf verwerken.
-
Het herhalingsprincipe: Herhalen van leerstof is erg belangrijk. Dit kan door herhalingslessen in te lassen, maar ook door in de lessen herhalingsmomenten te voorzien, door sommige zaken te herhalen in andere contexten, maar ook door in een les zelf meermaals en in gevarieerde vorm een item te herhalen. Gespreide herhalingen zijn beter dan één lange oefentijd. Wanneer de leerlingen bijvoorbeeld in het begin van het schooljaar leren over sagen en mythen tijdens de lessen Nederlands, en later bij geschiedenis, kan deze website zeker gebruikt worden. Ook lezen ze eerst de mythes en dan bekijken ze de mythes nog eens, wat ook een herhalend effect meebrengt.
Mythes in de klas
U kan gebruik maken van deze PowerPointpresentatie om de mythes aan te brengen in de klas. Bij notities vindt u meer uitleg bij elke slide. Daarnaast zal u merken dat er een aantal huisjes op sommige dia's terug te vinden zijn. Als je op een dia terecht komt met een huisje is het de bedoeling dat u hierop klikt. Zo kom je automatisch terug bij de bijhorende overzichtspagina terecht. Op een overzichtspagina worden de verschillende delen opgesomd. Ook op elk verschillend onderdeel kan je klikken, aangezien hier een hyperlink is achter geplaatst. Zo kom je bij de bijhorende dia terecht.
Om te testen of de leerlingen het goed begrepen hebben, kan u gebruik maken van deze PowerPointpresentatie. Hier staat op elke dia een afbeelding met een aantal tekstvakken. Het is de bedoeling dat de leerlingen kunnen zeggen welk tekstvak bij de afbeelding hoort. Als ze het verkeerde tekstvak aanklikken, dan wordt dit rood. Als ze het juiste tekstvak aanklikken, wordt dit groen. Dit komt doordat er in de PowerPointpresentatie gebruik werd gemaakt van triggers.